Over een kind dat tijdens het huwelijk van de ouders wordt geboren hebben beide ouders van rechtswege het gezag. Zijn de ouders niet getrouwd, dan heeft alleen de moeder van rechtswege het gezag. De ouders kunnen dan na de geboorte van hun kind de kantonrechter vragen om ook de vader met het gezag te belasten. Voor deze aanvraag zijn speciale formulieren beschikbaar. Na toekenning wordt het gezamenlijk gezag geregistreerd in het Gezagsregister van de Rechtbank. Een verzoek tot gezamenlijk gezag wordt lang niet altijd gedaan. Daar kunnen verschillende redenen voor zijn: de ouders zijn bij voorbeeld niet op de hoogte van de wettelijke regeling of zij zien er het belang niet van in.  Zo lang het goed gaat met de relatie is dat wellicht ook allemaal niet zo spannend, de ouders nemen beslissingen over hun kind dan toch wel samen, maar na een breuk in de relatie komt dat vaak anders te liggen.

Wat kan de vader dan doen?

De vader kan de rechter verzoeken de ouders alsnog met het gezamenlijk gezag over hun kind of kinderen te belasten. Indien de moeder daar niet mee instemt, wordt het verzoek slechts afgewezen in de volgende gevallen:

  1. Er is een onaanvaardbaar risico dat het kind “klem of verloren” raakt tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering komt, of
  2. Afwijzing van het verzoek is anderszins in het belang van het kind noodzakelijk.

Voor gezamenlijk gezag is vereist dat de ouders in staat zijn tot een behoorlijke gezagsuitoefening en dat zij beslissingen van enig belang over hun kind in gezamenlijk overleg kunnen nemen. Zij moeten afspraken kunnen maken over situaties die zich rond het kind kunnen voordoen, zodanig dat het kind niet klem of verloren raakt tussen de ouders. Wanneer de relatie tussen de ouders door de scheiding ernstig verstoord is, is het maken van afspraken uiteraard lastig. Volgens vaste rechtspraak brengt het ontbreken van een goede communicatie tussen de ouders echter niet zonder meer mee dat in het belang van het kind het gezag aan één van de ouders moet worden toegekend. Uitgangspunt is dat beide ouders gezamenlijk zijn belast met het gezag over hun kind. Slechts wanneer sprake is van ernstige contra-indicaties tegen gezamenlijk gezag kan eenhoofdig gezag worden gehandhaafd.

Het Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch heeft recent, namelijk op 26 april 2018,  uitspraak gedaan in een procedure waarin een dergelijk geschil aan de orde was. Partijen hadden een relatie met elkaar gehad en moeder had het eenhoofdig gezag over hun minderjarige dochter. Nadat partijen uit elkaar waren gegaan wenste vader alsnog het gezamenlijk gezag.

Uit de uitspraak blijkt dat de verhouding tussen de ouders ernstig verstoord is: partijen kunnen niet constructief met elkaar communiceren en er is sprake is van een ernstig wantrouwen van  moeder richting vader. Volgens het Hof is echter onvoldoende gebleken van een onaanvaardbaar risico dat hun dochter bij gezamenlijk gezag klem of verloren zal raken tussen de ouders of dat afwijzing van het verzoek van vader om met moeder te worden belast met het gezag over hun dochter anderszins in haar belang noodzakelijk is.

Het Hof vindt het onvoldoende aannemelijk dat bij toekenning van het gezamenlijk gezag, partijen het niet eens zouden kunnen worden over belangrijke beslissingen over hun dochter, zoals schoolkeuzes, medische zaken en dergelijke. Niet is gebleken dat partijen een geheel andere visie hebben over onderwijs of medische aangelegenheden. Sterker nog, de ouders hebben  gezamenlijk al de keuze gemaakt naar welke middelbare school hun kind zal gaan vanaf het schooljaar 2018-2019.

Het Hof geeft verder aan dat niet gebleken is dat vader overleg met moeder heeft geweigerd en/of dat vader – sinds hij met moeder het gezag uitoefent – het nemen van beslissingen over de verzorging en opvoeding van hun dochter heeft belemmerd of zich daarmee heeft willen bemoeien op een wijze die ten koste gaat van hun dochter. Integendeel, vader heeft ter zitting onbetwist verklaard dat hij met moeder gezamenlijk afspraken heeft gemaakt die afweken van de zorgregeling. Hoewel het kind conform de zorgregeling bij vader zou dienen te verblijven, heeft vader ermee ingestemd dat zij in de Carnavalsvakantie met moeder naar Spanje ging en heeft hij haar de ruimte gegeven om met haar moeder te gaan lunchen op haar verjaardag. Het Hof is van oordeel dat deze handelwijze juist getuigt van inzicht van vader in de belangen van het kind . Ter zitting heeft het Hof een vader gezien die warm over zijn dochter spreekt en die het beste met haar voor heeft. Het Hof acht het in het belang van de dochter dat vader een rol van betekenis blijft spelen in haar leven. Daarbij past dat vader, samen met moeder, met het gezag over haar wordt belast. Als de ouders gezamenlijk zijn belast met het gezag over hun dochter , zullen zij bovendien – zo overweegt het Hof – worden gedwongen tot overleg en samenwerking, omdat zij samen de ouders van hun dochter zijn en blijven. Het Hof acht het in het belang van het kind indien haar ouders deze gelijkwaardige positie ten opzichte van elkaar innemen en gezamenlijk de verantwoordelijkheid over haar blijven dragen als ouders.

Kortom: Het enkele feit dat de relatie tussen de ouders zwaar verstoord is, is geen reden om het gezamenlijk gezag te weigeren c.q. te beëindigen. Daarvoor is meer nodig, bij voorbeeld een vader die dwarsligt wanneer er beslissingen genomen moeten worden over het kind. Gedacht kan worden aan een hulpverleningstraject voor een kind dat niet in gang gezet kan worden omdat de vader zijn toestemming weigert of een kind dat niet naar een andere school kan omdat vader niet meewerkt.

Mocht u hier vragen over hebben, dan kunt u uiteraard contact met mij opnemen.