De meeste echtparen zijn getrouwd in gemeenschap van goederen. Voorafgaand aan een eventuele scheiding komt het nog wel eens voor dat de andere partner financieel benadeeld wordt: Ineens zijn er onnodig schulden aangegaan of ongebruikelijke bedragen opgenomen, terwijl niet bekend is waar het geld is gebleven. Gebeurt dit binnen een periode van zes maanden voor het starten van de echtscheidingsprocedure – ofwel: in het zicht van de scheiding – dan is het mogelijk dat dit later wordt “teruggedraaid”. De partner die schulden heeft gemaakt of geld van de gemeenschap heeft verspild, kan namelijk door de rechter worden veroordeeld tot het vergoeden van de aangerichte schade aan de gemeenschap. Een vordering daartoe moet binnen drie jaar na de totstandkoming van de echtscheiding worden ingesteld.