De wil van de erflater vormt steeds vaker een onderwerp van geschil in gerechtelijke uitspraken die op het gebied van het erfrecht gepubliceerd worden. In die gevallen heeft de erflater veelal op het eind van zijn leven een nieuw testament laten maken en dat testament heeft een heel andere inhoud dan de kinderen dachten: de erfenis gaat niet naar hen, maar naar een nieuwe partner die ineens is opgedoken, naar een goed doel of naar de buren die al jaren de boodschappen deden voor vader.

Een erflater mag zijn vermogen in principe nalaten aan wie hij maar wil. Er zijn enkele uitzonderingen op dit uitgangspunt. De kinderen van de erflater kunnen bij voorbeeld altijd een beroep doen op hun legitieme portie en medische beroepsbeoefenaren en geestelijke verzorgers, die de erflater hebben bijgestaan in het ziekteproces dat tot het overlijden heeft geleid, mogen geen voordeel trekken uit een erfenis.

Maar wat nu, als bij de kinderen de stellige overtuiging bestaat dat vader nooit bedoeld kan hebben hen te onterven?

Het uitgangspunt in ons rechtssysteem is dat iedere meerderjarige wilsbekwaam is en dat hij dus weet wat hij doet als hij een testament laat opmaken. Dat is echter niet altijd het geval; veel oudere mensen – en dat komt steeds vaker voor – krijgen op enig moment last van een vorm van dementie, bij voorbeeld de ziekte van Alzheimer. Ook kan er sprake zijn van aangeboren hersenletsel of hersenletsel dat is ontstaan als gevolg van een ongeval of een herseninfarct. In het recht wordt dan gesproken over  “gestoorde geestvermogens”. Als de geestvermogens zodanig gestoord zijn, dat de erflater geen weloverwogen beslissingen meer kon nemen, kan aan de Rechtbank gevraagd worden het testament te vernietigen.

Degene die het testament nietig wil laten verklaren moet bewijzen dat de erflater ten tijde van de totstandkoming van het testament zijn wil niet kon bepalen ten gevolge van de gestoorde geestvermogens. Daarvoor zal bewijs moeten worden aangedragen. Er kunnen allerlei zaken zijn voorgevallen die aannemelijk maken dat er al langer sprake was van gestoorde geestvermogens bij de erflater, en het is ook zeker van belang deze voorvallen aan de Rechtbank te melden, maar daadwerkelijk bewijs dient veelal geleverd te worden door middel van de overlegging van een medisch dossier c.q. verklaringen van medische deskundigen. Dat leidt tot een volgende complicatie: medische behandelaars beroepen zich doorgaans op hun beroepsgeheim en weigeren om die reden informatie te verstrekken. Door de Rechtbank kunnen zij echter gedwongen worden die informatie tóch te verstrekken op basis van een belangenafweging die de Rechtbank maakt.

Wordt een testament nietig verklaard, dan herleeft het voorgaande testament. Is er nooit eerder een testament gemaakt, dan geldt het wettelijke erfrecht.

De nietigverklaring van een testament is dus ingewikkelde materie. Neemt u gerust vrijblijvend contact met mij op als u hier vragen over heeft.